Meten van geluid
Geluid is objectief te meten, in decibels. Vanaf “erg stil” in een bibliotheek bij een geluidniveau van 30 decibel, naar “zeer luid” bij het dichtbij passeren van een vrachtwagen (circa 100 decibel) tot aan de pijngrens bij 140 decibel wanneer een straalvliegtuig op 300 meter hoogte overvliegt.

Metingen kunnen inzichtelijk worden gemaakt aan de hand van zogenaamde spectrogrammen, zoals hieronder weergegeven (bron: NLR). Hierin is verticaal de frequentie in het opgenomen signaal tegen de tijd van de meting horizontaal uitgezet. D.m.v. kleuren wordt de intensiteit van de frequentiecomponenten op het bepaald tijdstip weergegeven. Blauw staat voor lage intensiteit, rood voor hoge intensiteit. De bijbehorende balk (hier rechts getekend) geeft de relatie tussen intensiteit en kleur.

 

 

In dit spectrogram zijn de signalen op 85Hz en 150Hz het meest prominent. Het signaal op 85 Hz kenmerkt zich door een duidelijk pulserend patroon te zien in de onderbroken donkerrode blokjes van ongeveer twee seconden. Het signaal op 150Hz heeft ook dit pulserend patroon maar is minder dominant. Verder wordt dit signaal vergezeld door een zwakker signaal (lichtblauwe band). Deze signalen kunnen als bromtonen gehoord worden mede afhankelijk van de afstand tot de bron die zo’n signaal uitzendt en het niveau van het uitgezonden signaal. Hoe de bromtonen gehoord en ervaren worden is zeer persoonlijk.

Oor heeft geen vlakke respons over de frequenties (bron Wikipedia)
Een geluidsmeter met een “vlakke” respons zal de sterkte van het geluid met lage toonhoogte (bijvoorbeeld 100 Hz) even hard meten als het geluid met hoge toonhoogte (bijvoorbeeld 1000 Hz). Voor het menselijk oor klinkt die lage toon echter zachter. Het trommelvlies samen met de hamer, het aambeeld en de stijgbeugel, gedragen zich als een mechanisch filter met een bepaalde frequentieband. De “-3 dB” frequenties van dit filter bedragen 500 Hz aan de lage kant, en 8000 Hz aan de hoge kant. Daarom wordt vaak bij geluidsmetingen een elektronisch filter gebruikt dat net zo verzwakt als het menselijk oor. Bij wegingscurves A en C staat een tabel met deze filter “weging”, de A-weging. Geluid dat is gemeten met dit A-filter wordt uitgedrukt in dB(A).

De respons van het oor is in werkelijkheid echter complexer dan wordt uitgedrukt in de dB(A). Een exactere weergave hiervan is op grond van de phon. De A-weging is gebaseerd op de curves van gelijke geluidswaarneming van ca. 20-40 phon.

Oor is ook niet lineair
De menselijk ervaring van luidheid ten opzichte van frequentie is ook niet evenredig met de sterkte van het geluid. Als het geluid erg hard is (100 dB of meer), dan is de ervaring van de luidheid constanter over het hoorbare frequentiegebied (het filter is dan vlakker). Dan kunnen de “B”- en de “C”-weging gebruikt worden. In de praktijk worden deze wegingen echter maar weinig gebruikt. In de A-weging zit dit effect dus niet verwerkt.

LFg meten 
Wie last heeft van geluiden die niemand anders hoort, krijgt soms weinig begrip van anderen. Daarom is het voor de meeste mensen een opluchting als laagfrequent geluid wordt gemeten en, in het ideale geval, de bron wordt gevonden. Metingen van laagfrequent geluid zijn kostbaar en niet eenvoudig. Er is speciale apparatuur en deskundigheid voor nodig, bovendien moeten de metingen vrijwel altijd ’s avonds of ‘s nachts plaatsvinden om verstoring door omgevingsgeluiden zoveel mogelijk te vermijden. Met goede apparatuur en kennis van zaken is het mogelijk laagfrequent geluid zelf te meten, maar het is ook mogelijk om iemand in te huren.

A. Meten door milieudienst of gemeente
Vanwege de hoge kosten van professionele bureaus, adviseert de stichting altijd eerst melding te maken bij de gemeente. De milieudienst van de gemeente moet een meetonderzoek instellen. Indien zij niet de expertise in huis heeft, wordt vaak de Provinciale Omgevingsdienst ingeschakeld. 

B. Zelf meten 
Laagfrequent geluid is te meten, alleen is het geen eenvoudige zaak. Zowel meetapparatuur (hardware, software) als technische kennis zijn van belang om goede metingen te kunnen uitvoeren en resultaten vakkundig te kunnen interpreteren. Een simpele uitleg is er dus helaas niet.

    • Meten met een app voor de smartphone is een mogelijkheid. Soms kan een extra opzet microfoon voor een betere nauwkeurigheid. Er zijn diverse apps voor de smartphone die het gemeten geluidsspectrum grafisch kunnen weergeven. Zoek in de store onder ‘spectrum’. Vervolgens kan eenvoudig met de smartphone in de buurt rondgelopen worden en kunnen metingen gedaan worden.
       
    • Meten met een externe microfoon, laptop en opname software is ook een mogelijkheid. Er is diverse gratis software beschikbaar waarmee het gemeten geluidsspectrum grafisch kan worden weergeven. Als je een goede microfoon aansluit op je computer/laptop kun je al aardige resultaten zichtbaar maken. Bijvoorbeeld een Behringer ECM 8000. Ook goedkopere microfoons, zoals een Trust Starzz leveren tegenwoordig goede resultaten op. Hoe lager het bereik in Hertz, hoe beter LFg geregistreerd kan worden. 

N.B. De uitkomsten bij zelf meten van LFg zijn slechts een indicatie. Je hebt expertise nodig voor het opnemen van geluid en het beoordelen van de uitkomsten.
Wanneer je bij de stichting melding maakt van overlast door laagfrequent geluid via het meldingsformulier ontvang je een document met informatie over een programma (voor Windows en Linux) waarmee metingen zichtbaar kunnen worden gemaakt.

C. Meten uitbesteden
Wanneer niet zelf gemeten kan worden, kan iemand worden ingehuurd. Er zijn specialisten en ingenieursbureaus die meetonderzoeken kunnen uitvoeren. De vergoeding hiervoor kunnen hoog zijn. Voor zover wij weten variëren de kosten voor een meetonderzoek tussen de € 1500 en € 3000. Mocht vervolgonderzoek nodig zijn, dan kan het bedrag verder oplopen. Daarbij kan niet de garantie geven worden dat de bron ook daadwerkelijk gevonden wordt. Bij melding via ons meldingsformulier ontvang je namen van meetspecialisten en ingenieursbureaus. De stichting heeft geen ervaring met de genoemde ingenieursbureaus. Wanneer je gebruik maakt van één van deze bureaus zal je zelf eerst onderzoek moeten doen naar de kwaliteit van hun dienstverlening.

Beoordelen van de meting 
Voor het beoordelen van meetresultaten van laagfrequent geluid en de daarmee samenhangende beslissingen, zijn in de jaren negentig van de vorige eeuw een tweetal (vrijwillige) richtlijnen ontwikkeld, te weten

  • NSGrichtlijn, vooral bedoeld om klachtenbehandelaars, met name akoestisch onderzoekers, een handvat te bieden om een klacht over laagfrequent geluid te kunnen objectiveren;
  • Vercammen-curve, deze wordt vooral gebruikt om bouwplannen te kunnen toetsen aan geluidsgrenswaarden.

Beide richtlijnen bleken niet toereikend te zijn om de overlast door laagfrequent geluid aan te tonen.