Waarnemen van LFg
De meeste mensen kunnen laagfrequent geluid tot een benedengrens van ongeveer 30 Hz waarnemen, al zijn daar hoge intensiteiten voor nodig. Niet ieder mens neemt het bewust waar of ondervindt er hinder van. Uit onderzoek van Dr. Christian Koch (Physikalisch-Technische Bundesanstalt) blijkt dat infrasoon geluid tot zelfs 8 Hz door het menselijk lichaam (hersenen) geregistreerd kan worden.

Laagfrequent geluid wordt door LFg-waarnemers vaak omschreven als brommen, dreunen, zoemen of een dreunend, pulserend geluid. Ook de vergelijking met het geluid van een op afstand draaiende dieselmotor wordt regelmatig gemaakt. Een deel van deze groep neemt laagfrequent geluid alleen binnen of ’s nachts waar. Een net zo’n groot deel neemt het echter ook buiten en overdag waar.
Volgens de richtlijn van de Nederlandse Stichting Geluidshinder (NSG-Richtlijn) neemt de mens laagfrequent geluid waar via  het gehoor, een gevoel van druk, onder meer in de gehoorgang en op het hoofd en trillingen in buik, borst, armen en benen.

Laagfrequent geluid wordt vaak anders ervaren dan “gewoon” geluid. Laagfrequent geluid voelt vaak erg indringend, waardoor het een veel grotere impact heeft op het lichaam dan alleen het horen van een toon.
De waarneming van LFg beperkt zich niet tot alleen horen. Steeds meer mensen melden trillingen in het lichaam te voelen, met name in de borstkas en hartstreek. Ook druk op de oren of borstkas en een gevoel van elektriciteit of tinteling wordt regelmatig gemeld. 
Zelfs van dove mensen is bekend dat zij het geluid kunnen waarnemen, waaruit wel blijkt dat het gaat om trillingen, geluidsgolven die door het hele gestel gaan en door allerlei organen opgepikt kunnen worden. Er wordt dan ook rekening gehouden met het feit dat mensen die het geluid niet bewust oppikken, toch niet verklaarbare klachten kunnen hebben die te relateren zijn met het laagfrequente geluid.

Wat het waarnemen via het gehoor betreft, laagfrequent geluid komt niet alleen via de gehoorgang, maar ook via beengeleiding van de schedel in het gehoororgaan. Daarom helpen oordopjes vaak niet. Ook lijkt laagfrequent geluid (LFg) soms ín het hoofd te zitten, maar dat komt omdat het menselijk gehoor niet in staat om van lage tonen te horen uit welke richting en van welke afstand ze komen. Medische of biofysische (lichamelijke) factoren kunnen wellicht een rol spelen bij de waarneming van LFg. De één hoort het bijvoorbeeld alleen met het linkeroor, anderen weer alleen met het rechteroor of beide. Dichtslibbing van het helicotrema in het binnenoor zou wellicht de waarneming van LFg kunnen versterken. Lees meer over het onderzoek door A.N. Salt op pagina ‘Gevolgen & Gezondheid’.

Richtingsgevoel
Met het gehoor bepalen vanuit welke richting lage tonen komen is moeilijk, omdat lage tonen uit lange golven bestaan die tegelijkertijd onze beide oren bereiken. Het is dus moeilijk vast te stellen of het geluid bijvoorbeeld van links of rechts komt. Mede hierdoor is de bron van laagfrequent geluid zonder goede meetapparatuur vaak lastig te lokaliseren.

Hier wel, daar minder
Laagfrequent geluid kan op de ene plek voorkomen, maar op de andere plek weer niet. Het is een golf, die hier weer opduikt en daar weer onderduikt. Als de laagfrequente geluidsgolven een lengte hebben die goed in een woon- of slaapkamer “past”, kan ook resonantie optreden: het hinderlijke geluid wordt versterkt. Een nadeel dat ook een voordeel heeft: behalve versterkte plekken kunnen er ook verzwakte plekken in de kamer of het huis zijn.

Tinnitus en hyperacusis
Laagfrequent geluidhinder is niet hetzelfde als tinnitus (ook wel oorsuizen genoemd) of hyperacusis. Bij tinnitus gaat het vaak om geluid(en) met hogere frequenties dan laagfrequent geluid, zonder dat dit veroorzaakt wordt door een externe bron. Meestal ligt gehoorschade ten grondslag aan het ontstaan van tinnitus. De naam komt van het Latijnse tinnitus aurium, wat ‘het rinkelen van de oren’ betekent.

Mensen met hyperacusis ervaren veel geluiden als te sterk, onaangenaam of zelfs pijnlijk omdat hun tolerantie voor geluid is afgenomen. Hun gehoor werkt in de meeste gevallen normaal, maar blijkbaar worden geluidsimpulsen te sterk verwerkt door de hersenen, waardoor alle of sommige geluiden vaak als (te) luid worden waargenomen en geëvalueerd. Voor deze mensen zijn heel gewone geluiden vaak niet te verdragen. Te denken valt aan het gerammel van de afwas, het neerzetten van een kopje, het omdraaien van een sleutel in een slot en dergelijke.

Hoe leg ik uit wat ik hoor
Om het fenomeen laagfrequent geluid uit te leggen aan mensen die hier niet gevoelig voor zijn, geven we enkele voorbeelden.

Voorbeelden
Vaak wordt het voorbeeld van een stationair draaiende diesel motor aangedragen. Een motor die dag en nacht niet alleen in je huiskamer staat te stampen maar ook naast je bed, in de keuken, op het toilet, buiten op het terras, overal waar je gaat en staat.

Een ander voorbeeld is een buurman met een grote stereo installatie waar enorme bastonen uitkomen. Vooral als die installatie dan dag en nacht aanstaat. Om aan te geven hoe continu de hinder van LFg kan zijn, is heien een goed voorbeeld. Niet leuk, maar normaal gesproken is het alleen overdag en tijdelijk. Stel je eens voor hoe het zou zijn als je op een plek woont waar altijd geheid wordt. Jaar in jaar uit, ook ’s nachts. Het is nooit meer stil.

Een andere vergelijking om aan te geven wat LFg met een mens kan doen, is marteling van gevangenen met continue, harde muziek. Het is zwaar belastend, onontkoombaar en je kan niet bij de uitknop.